Publicaties - Last onder dwangsom

Last onder dwangsom

Heeft u een brief ontvangen waarin staat dat u een overtreding moet beëindigen en dat u anders een dwangsom moet betalen? Dan is het belangrijk om snel te beoordelen wat er precies van u wordt verlangd, welke termijn geldt en of daartegen iets te doen is.

Een last onder dwangsom kan grote gevolgen hebben. Als u niet op tijd handelt, kan het bedrag snel oplopen. Een opgelegde last betekent niet automatisch dat u daar niets meer tegen kunt doen. In sommige gevallen kan bezwaar worden gemaakt, kan om verlenging van de termijn worden gevraagd of kan worden aangevoerd dat de situatie alsnog gelegaliseerd kan worden.

In dit artikel leggen wij uit wat een last onder dwangsom is, waarom bestuursorganen vaak handhavend optreden en welke redenen er zijn om van handhaving af te zien.

Wat is een last onder dwangsom?

Een last onder dwangsom is een besluit van een bestuursorgaan, bijvoorbeeld de gemeente of provincie. In dat besluit staat dat u een overtreding moet beëindigen of voorkomen. Doet u dat niet binnen de gestelde termijn, dan kan een geldbedrag worden verbeurd.

Een dwangsom is dus niet hetzelfde als een gewone boete. Het doel is niet om te straffen, maar om ervoor te zorgen dat de overtreding wordt hersteld of niet opnieuw plaatsvindt. De dwangsom is bedoeld als financiële prikkel om aan de last te voldoen.

Voorbeelden zijn situaties waarin zonder vergunning is gebouwd, een pand in strijd met het omgevingsplan wordt gebruikt of milieuregels niet worden nageleefd.

Handhaving onder de Omgevingswet

Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Deze wet heeft veel regels over de fysieke leefomgeving samengebracht. Het gaat daarbij niet alleen om bouwen en ruimtelijke ordening, maar ook om onderwerpen als milieu, water, natuur en gebruik van gronden en gebouwen.

Ook onder de Omgevingswet kunnen bestuursorganen handhavend optreden als zij menen dat regels worden overtreden. Dat kan bijvoorbeeld door het opleggen van een last onder dwangsom.

Moet de overheid altijd handhaven?

De hoofdregel is dat een bestuursorgaan moet optreden als sprake is van een overtreding. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. De gedachte daarachter is dat het algemeen belang ermee is gediend dat wettelijke regels worden nageleefd.

Toch betekent dit niet dat een bestuursorgaan in alle gevallen zonder meer een last onder dwangsom mag opleggen. Er kunnen bijzondere omstandigheden zijn waardoor handhaving niet redelijk is.

Een belangrijke uitzondering is de situatie waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie [1].

Wanneer is er sprake van een concreet zicht op legalisatie?

Concreet zicht op legalisatie betekent dat er een reële mogelijkheid bestaat dat de bestaande situatie alsnog wordt toegestaan. Denk bijvoorbeeld aan een bouwwerk dat zonder de juiste vergunning is gerealiseerd, maar waarvoor alsnog een omgevingsvergunning kan worden verleend.

Uit de rechtspraak volgt dat concreet zicht op legalisatie in ieder geval kan worden aangenomen als een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend en het bestuursorgaan bereid is die vergunning te verlenen. Daarbij mag niet op voorhand duidelijk zijn dat de vergunning uiteindelijk geen stand zal houden. [2]

Alleen het indienen van een aanvraag is dus niet altijd voldoende. Als de aanvraag onvolledig is of als al duidelijk is dat de vergunning niet kan worden verleend, zal meestal geen sprake zijn van concreet zicht op legalisatie. [3]

Wat kunt u doen als u een last onder dwangsom ontvangt?

Ontvangt u een last onder dwangsom, wacht dan niet tot de termijn bijna is verstreken. Het is verstandig om snel te laten beoordelen:

a) of daadwerkelijk sprake is van een overtreding;

b) of de last duidelijk genoeg omschrijft wat u moet doen;

c) of de gestelde termijn redelijk en haalbaar is;

d) of er bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit;

e) of legalisatie mogelijk is; en

f) of het zinvol is om het bestuursorgaan te vragen de begunstigingstermijn te verlengen.

In sommige gevallen kan tijdig overleg met het bestuursorgaan voorkomen dat een dwangsom wordt verbeurd. In andere gevallen is het juist nodig om formeel bezwaar te maken of een voorlopige voorziening te vragen.

Conclusie

Een last onder dwangsom vraagt om snelle actie. Ook als een bestuursorgaan stelt dat sprake is van een overtreding, kan er reden zijn om tegen de last op te komen of om handhaving achterwege te laten. Dat geldt bijvoorbeeld als concreet zicht bestaat op legalisatie.

Heeft u een geschil over een last onder dwangsom? Neem dan contact op met mevrouw mr. Judith Joosten via j.joosten@ebl-eindhoven.nl . U kunt contact met haar opnemen via het algemene e-mailadres office@ebl-eindhoven.nl en het vaste telefoonnummer 040-24 45 600.

 

De voetnoten:

  1. ABRvS 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:153
  2. ABRvS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:177, Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5607, Rechtbank Overijssel 26 juni 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:4186, Rechtbank Midden-Nederland 14 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5607
  3. ABRvS 23 april 2025, 202501668/2/R3, ECLI:NL:RVS:2025:1748