Kwalificatie van een overeenkomst
Heeft u een geschil over de kwalificatie c.q. inhoud van een overeenkomst? Neem dan contact op met advocaat mevrouw mr. Judith Joosten via j.joosten@ebl-eindhoven.nl. U kunt ook contact met haar opnemen via het algemene e-mailadres office@ebl-eindhoven.nl en het telefoonnummer 040- 24 45 600. In dit artikel zullen wij u informeren over de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de kwalificatie van een overeenkomst.
Waarom moet een overeenkomst worden gekwalificeerd?
De wetgever heeft ervoor gekozen in het overeenkomstenrecht veel vrijheid te geven aan partijen. Op de meeste overeenkomsten zijn daarom de regels van Boek 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
Voor sommige specifieke overeenkomsten heeft de wetgever nadere wettelijke regels van dwingend recht bepaald. Als een wetsbepaling van dwingend recht is, betekent dit dat partijen daar niet van kunnen afwijken. Dit is vaak het geval bij bijzondere overeenkomsten, die specifiek in de wet geregeld worden. Deze staan met name in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Voorbeelden van deze bijzondere overeenkomsten zijn de koopovereenkomst, de huurovereenkomst, de pachtovereenkomst en de agentuurovereenkomst. Deze regels zijn door de wetgever opgesteld om een partij bij de overeenkomst te beschermen. Van deze regels kunnen partijen in hun overeenkomst niet afwijken. Worden er toch afwijkende afspraken gemaakt van zulke dwingende regels, dan zijn deze afwijkende afspraken nietig.
Om te bepalen of nadere wettelijke regelgeving op een overeenkomst van toepassing is, dient eerst te worden vastgesteld of een overeenkomst onder een van de wettelijk geregelde bijzondere overeenkomsten valt. Dit wordt het ‘kwalificeren’ van de overeenkomst genoemd.
Het Inscharings-arrest
In dit arrest heeft de Hoge Raad een stappenplan voor het kwalificeren van een overeenkomst opgesteld dat de bestaande rechtspraak verhelderde.
In het Inscharingsarrest probeerde één van partijen te ontkomen aan de dwingende wettelijke bepalingen van pacht door de overeenkomst aan te duiden als een overeenkomst tot inscharing[1].
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat pas nadat de inhoud van de overeenkomst ofwel de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn vastgesteld aan de hand van de Haviltex-maatstaf[2] kan worden vastgesteld hoe een overeenkomst dient te worden gekwalificeerd (uitleg).
Daarbij gaat het om de vraag of de overeengekomen rechten en plichten voldoen aan de wettelijke omschrijving van de bijzondere overeenkomst (de kwalificatie).[3] Bij de kwalificatie is niet van belang of partijen de bedoeling hadden de overeenkomst onder een wettelijke regime te laten vallen.[4]
Het Portaal-arrest
Recent heeft de Hoge Raad een uitspraak gewezen die een uitzondering vormt op het Inscharingsarrest.[1] Ik zal eerst de feiten van deze zaak omschrijven, waarna ik in zal gaan op hetgeen de Hoge Raad heeft bepaald over de uitzondering.
De feiten
Portaal verhuurde een woning aan een huurster, die daarin woonde met haar kinderen. Toen moeder overleed, woonden de kinderen nog bij haar in, maar zij waren geen medehuurders. Na het overlijden heeft Portaal een vaststellingovereenkomst aan de kinderen voorgelegd ter ondertekening, waarin is bepaald dat de kinderen geen medehuurders zijn en de huurovereenkomst niet wordt voortgezet. Desondanks is Portaal bereid de kinderen als ‘gebruikers’ tijdelijk te gedogen in de woning tegen betaling van een gebruikersvergoeding gelijk aan de huurprijs. De overeenkomst is eenmalig verlengd, omdat de kinderen geen andere woning hadden kunnen vinden in de daarvoor afgesproken periode.
Vervolgens heeft Portaal de kinderen in rechte betrokken en heeft zij de ontruiming van de woning gevorderd. De kinderen stelden zich op het standpunt dat een huurovereenkomst tot stand was gekomen en geen vaststellingsovereenkomst. De rechter diende in deze zaak daarom de vraag te beantwoorden wat voor type overeenkomst tussen partijen was overeengekomen.
Uitspraak
De Hoge Raad heeft in zijn oordeel eerst het Inscharings-arrest aangehaald. Om te kunnen beoordelen of een overeenkomst als een huurovereenkomst moet worden gekwalificeerd, moet eerst door uitleg aan de hand van de Haviltex-maatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. Pas nadat de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn vastgesteld, moet worden beoordeeld of de overeenkomst is aan te merken als een huurovereenkomst. Als de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de huurovereenkomst, moet de overeenkomst als zodanig worden aangemerkt.
Maar bevat de overeenkomst elementen op grond waarvan op zichzelf aan de wettelijke omschrijving van huur is voldaan, dan is het toch mogelijk dat er een uitzonderingssituatie zich voordoet.
Bij de beoordeling of deze uitzondering zich voordoet dient gelet te worden op de inhoud en strekking van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden. Daarbij is mede van belang voor welke situatie partijen een regeling hebben willen treffen en of de kwalificatie zich in de situatie verdraagt met het dwingendrechtelijke beschermingsregime.[2]
De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld dat partijen niet hebben afgesproken dat de woning tegen betaling van een vergoeding aan de kinderen ter beschikking werd gesteld, maar dat partijen zich beperkten tot het afspreken van de termijn waarop de woning ontruimd zou worden opgeleverd. Gelet op deze verplichtingen is er te weinig gelijkenis met het regime van de huurovereenkomst.
Uit het vorenstaande volgt dat als een overeenkomst de bijzondere kenmerken van een bepaald type overeenkomst vertoont (en daarom volgens de hoofdregel als dat type overeenkomst gekwalificeerd dient te worden) er alsnog sprake kan zijn van een uitzondering op die hoofdregel als de inhoud van de overeenkomst en de strekking die partijen ermee voor ogen hadden dat rechtvaardigen.
Heeft u een geschil over de kwalificatie c.q. inhoud van een overeenkomst? Neem dan contact op met advocaat mevrouw mr. Judith Joosten via j.joosten@ebl-eindhoven.nl. U kunt ook contact met haar opnemen via het algemene e-mailadres office@ebl-eindhoven.nl en het vaste telefoonnummer 040- 24 45 600.
De voetnoten
[1] Inscharing is geen wettelijke term en niet als bijzondere overeenkomst in de wet geregeld.
[2] De Haviltex-maatstaf komt er op neer dat bij de uitleg van een overeenkomst niet slechts gekeken dient te worden naar de letterlijk of taalkundige betekenis van de tekst, maar ook naar de betekenis die partijen- in de gegeven omstandigheden en op basis van hetgeen zij over en weer van elkaar mochten verwachten – aan die tekst mochten toekennen. De bedoelingen van de contractspartijen bij het sluiten van de overeenkomst, zijn daardoor van belang.
[3] Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2034.
[4] Hoge Raad 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2034 (Inscharing), rov. 3.2.2 en 3.2.3; Hoge Raad 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746 (Participatieplaats), rov. 3.2.2 en 3.2.3 en Hoge Raad 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443 (Deliveroo), rov. 3.2.3 e.v.
[5] Hoge Raad 31 januari 2025, ECLI:NL;HR:2025:167
[6] Hoge Raad 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673 (Timeshare), rov. 4.4.